Voortgang implementatie Asbestrichtlijn en goedkeuring 1e Kamer
Op 18 september 2026 heeft de minister van Werk en Participatie een voortgangsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin staat dat de nieuwe regels naar verwachting in maart 2027 ingaan. De Eerste Kamer heeft op 22 september 2026 ingestemd met de Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een vergunningplicht voor bepaalde asbestwerkzaamheden. Deze vergunningplicht treedt in maart 2027 in werking. Hiermee wordt een vergunningplicht ingevoerd voor bedrijven die asbest verwijderen. De verdere uitwerking van de Europese Asbestrichtlijn gebeurt in het Arbobesluit dat nu voor advies bij de Raad van State ligt. Tevens is er een brief ter kennisgeving naar de 1e en 2e kamer gestuurd, waarin de minister uitlegt dat er voor deze wetswijziging geen voorhangprocedure gevolgd is.
Verzoek 1e kamer behandeling wetsvoorstel Arbeidsomstandighedenwet
De minister van Werk en participatie, de heer A.A. van Aartsen, heeft afgelopen woensdag een verzoek bij de 1e kamer ingediend voor een spoedige behandeling van het gewijzigde wetsvoorstel aangaande de Arbeidsomstandighedenwet, in verband met de nieuwe vergunningsplicht bij asbestwerkzaamheden ten behoeve van de implementatie van de EU Richtlijn 2023/2668. Nederland heeft de gestelde deadline voor de implementatie van de Wijzigingsrichtlijn van 21 december 2025 niet gehaald. De Europese Commissie heeft Nederland daarvoor officieel in gebreke gesteld. Naarmate de implementatietermijn verder wordt overschreden, neemt de kans toe dat de Europese Commissie de zaak aanhangig maakt bij het Europese Hof. Dit ondanks het feit dat in Nederland de gestelde grenswaarde al geruime tijd van kracht is. Toch moet er rekening mee worden gehouden dat Nederland een boete krijgt opgelegd. Daar kan een dwangsom bovenop komen als de Wijzigingsrichtlijn op het moment van de uitspraak nog niet zou zijn geïmplementeerd. In de meegestuurde Nota gaat de minister in op de vragen en opmerkingen van de kamerleden. De oorspronkelijke tekst van het verslag is daarbij integraal overgenomen en cursief weergegeven. Na de passages met de vragen en opmerkingen volgt telkens de reactie van de minister. Aangezien het niet duidelijk is, of er vanuit de Arboregeling, nog aanvullende eisen en verplichtingen komen, is dit voor de VIA een reden om hun bezorgdheid uit te spreken over de praktische invulling hiervan ten tijde van de nu gestelde implementatie datum van eind maart 2027.
Vragen en Antwoorden Stakeholders overleg 17 april 2026
Tijdens het stakeholders overleg van 17 april jl. konden er vanuit de asbestsector vragen gesteld worden over de wetswijzigingen. SZW heeft, aan de hand van een schriftelijke Q & A bijlage, deze vragen beantwoordt en aan alle stakeholders doen toekomen. In deze schriftelijk reactie kunnen echter geen rechten worden ontleend. Er kunnen namelijk nog veranderingen komen in de versie na bestudering van de ingediende consultatie stukken.
Advies ATR implementatie asbestregels vraagt om betere onderbouwing en uitwerking
Het voorliggende besluit en de voorliggende regeling werken de vergunningplicht voor het werken met asbest verder uit. Daarmee geeft het ministerie invulling aan de vereisten uit de herziene Asbestrichtlijn. Bij de uitwerking zijn vragen over de keuzes die het ministerie maakt. Niet duidelijk is of mogelijk minder belastende alternatieven zijn overwogen. Verder is de werkbaarheid voor bedrijven onduidelijk en lijkt de omvang van de regeldrukgevolgen te worden onderschat. Dat schrijft het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) in een advies aan de minister van Werk en Participatie (SZW).
Reactie VIA internetconsultatie implementatie Asbestrichtlijn (2023/2668)
Stichting VIA heeft in een reactie op de Internetconsultatie over de implementatie van de nieuwe asbestrichtlijn (2023/2668), haar bezorgdheid uitgesprokken over de huidige hoofdgroep indeling. Met name de indeling van asbestpakkingen in de “basis” categorie, waarbij niet gekozen is voor het “feitelijke” risico, maar voor het “potentiële” risico, wordt door de industrie, die werken met een gevalideerde en goedgekeurde werkmethode, gezien als een Nationale kop die niet direct bijdraagt aan een veiligere werksituatie voor medewerkers en omgeving.